include_once("common_lab_header.php");
Excerpt for Heerser van de Duisternis by , available in its entirety at Smashwords


Heerser van de Duisternis

Boek 4 in de serie: De Kronieken van Horizon

Copyright © 2018 door Kim Richardson



Alle rechten voorbehouden. Geen enkel deel van deze publicatie mag worden gereproduceerd of omgezet in welke vorm dan ook, op welke manier dan ook of opgenomen in een database of archief zonder schriftelijke toestemming van de schrijfster. De personages en gebeurtenissen in dit boek zijn denkbeeldig. Enige gelijkenis met bestaande personen, levend of dood is toevallig en zonder opzet van de schrijfster. Dank u voor het respecteren van het werk van de schrijfster.


Vertaald door Maria Stenger


Ontwerp op de omslag door Damonza



www.kimrichardsonbooks.com



INHOUD

HOOFDSTUK 1

HOOFDSTUK 2

HOOFDSTUK 3

HOOFDSTUK 4

HOOFDSTUK 5

HOOFDSTUK 6

HOOFDSTUK 7

HOOFDSTUK 8

HOOFDSTUK 9

HOOFDSTUK 10

HOOFDSTUK 11

HOOFDSTUK 12

HOOFDSTUK 13

HOOFDSTUK 14

HOOFDSTUK 15

HOOFDSTUK 16

HOOFDSTUK 17

HOOFDSTUK 18

HOOFDSTUK 19

HOOFDSTUK 20

HOOFDSTUK 21

HOOFDSTUK 22

HOOFDSTUK 23

HOOFDSTUK 24

HOOFDSTUK 25

HOOFDSTUK 26

HOOFDSTUK 27

BOEKEN GESCHREVEN DOOR KIM RICHARDSON

OVER DE SCHRIJFSTER


HOOFDSTUK 1





Alexa zaagde het bovenste scharnier van de deur van haar gevangeniscel door met een stuk scherp gesteente dat ze een paar weken daarvoor van de muur had losgewrikt. De scherf gleed weg tussen haar natte vingers en ze kreunde bij de stekende pijn die de scherpe randen in haar huid veroorzaakten. Ze veegde haar kleverige vingers aan haar broek af en ging weer verder.

Ze was er in geslaagd drie millimeter door het staal heen te komen nadat ze er urenlang aan gewerkt had. Ze nam steeds heel even de tijd om haar handen wat bij te laten komen voordat ze weer verder ging.

Haar huid hechtte zich weer samen, maar er bleven lelijke witte littekentjes achter die nu open gegaan waren nadat ze nog maar een uur gewerkt had. Op deze manier zou het zeker tien jaar duren voordat ze de scharnieren er allemaal uit had.

Maar tien jaar had ze niet. Milo had die ook niet.

Alexa uitte een verwensing. Haar oren suisden en ze kon de angst op haar tong proeven; hij smaakte naar bitter metaal.

“Doorgaan, Alexa,” vermaande ze zich, en dwong zich om kalm te worden. “Je moet niet ophouden. We gaan gewoon verder. We moeten doorgaan en niet ophouden.”

Er scheen zacht wit licht uit een bol die boven haar hing, waardoor het zwarte gesteente verlicht werd met warme gouden tinten. Toen Alexa pas in haar cel in de engelgevangenis Tartarus was aangekomen had hij feller geschenen, maar het leek alsof haar enige lichtbron elke dag iets minder fel ging schijnen, als een afspiegeling van haar hoop om er ooit uit te komen, die met de dag minder werd. De bol flikkerde en het licht verzwakte. Weldra zou hij opgebrand zijn en zou ze in ondoordringbare duisternis achterblijven.

Alexa verzette zich tegen de gedachte. Ofschoon het begrip tijd een heel andere betekenis had in Horizon bleef ze de dagen afstrepen wanneer ze dacht dat er weer een voorbij was. Als haar berekeningen klopten was ze ongeveer een maand in haar cel geweest, maar het leken wel jaren. Ze had geen bezoek gehad. Geen ziel die haar kwam opzoeken. Zelfs de bewakers van de gevangenis, de enorme adelaars, kwamen nooit eens even kijken of ze nog leefde.

Gedurende de eerste dagen van haar opsluiting keek Alexa steeds hoopvol op wanneer ze een geschraap of gekras van nagels op een hard oppervlak hoorde, in de hoop een witte Duitse Herder binnen te zien komen.

Maar Lance kwam niet. Niemand kwam. Ze was helemaal alleen.

Het gekreun en gehuil van andere gevangenen waren haar enige gezelschap en het grootste deel van de tijd neuriede ze en zong ze een liedje om te zorgen dat hun wanhopige geschreeuw haar niet van haar werk hield. Ze wist dat als ze er mee ophield, als ze niet druk bezig bleef, ze in wanhoop zou vervallen en zich over zou geven aan hun gejank, zoals de duizenden andere engelen die samen met haar waren opgesloten.

“Verdorie.”

Een pijnscheut ging dooor haar arm. Het stukje kapotte steen, overdekt met witte nattigheid, viel op de grond aan Alexa’s voeten. Ze onderzocht haar rechterhand. Er droop wit vocht uit een grote snede in het zachte vlees, dat langs haar pols op de vloer viel. De citroengeur steeg op in haar neusgaten. Het was heel anders dan de metaalachtige geur van bloed uit haar sterfelijke leven.

“Wat hebben we er aan om bovennatuurlijk te zijn als onze handen niets kunnen doen?”

Alexa uitte nogmaals een verwensing terwijl ze het stuk steen opraapte met haar linkerhand en er twee lange stroken stof mee van haar jasje afsneed. Ze wikkelde ze stevig rond haar beide polsen.

Ik heb geen tijd om af te wachten tot die stomme handen genezen zijn,” fluisterde ze en begon weer door het scharnier te snijden. “Milo heeft geen tijd.”

Milo was het enige waar ze aan kon denken sinds ze in de gevangenis zat; vooral zijn zoen.

Het was zo’n vurige, wanhopige zoen geweest en ze was er volkomen door overrompeld en had het heel warm gekregen met een overweldigend gevoel van vreugde.

Vreugde. Het was raar om zo’n soort sensatie te voelen als je opgesloten zat in een vochtige cel. Maar iedere keer als ze aan zijn lippen dacht, hoe dichtbij hij was geweest, de blik van verlangen die hij in zijn ogen had, dansten er vlinders in haar buik.

Milo hield van haar. Dat was wel duidelijk. Ze had nooit beseft hoeveel ze van hem hield totdat ze hem door de zwarte nevel zag verdwijnen.

Het was een verschrikkelijke pijn, een verzengende pijn zoals eeen doodssteek in de buik. De enige manier waarop ze het kon beschrijven was dat het een onverbrekelijke band was, een band die verder ging dan het rijk van de dood en de engelen.

Aan het begin van haar opleiding had Alexa geleerd dat het in Horizon verboden was om verliefd te worden.

Verhoudingen die verder gingen dan vriendschap waren een gegronde reden om naar Tartarus gestuurd te worden. Engelen waren soldaten, en soldaten hadden geen romantische gevoelens. Zij gehoorzaamden bevelen. Zij waren gehoorzaam aan het engelreglement.

“Dat stomme reglement,” siste Alexa terwijl ze harder begon te schrapen. “Ik ben geen harteloze robot. Ik heb gevoelens. Ik geef om anderen.”

Milo was haar maatje, en ze zou hem niet in de steek laten. Ze zou hem zeker weerzien. Ze schraapte nog harder.

Maar ze voelde nog steeds die steken precies onder haar ribbenkast, van angst, met een onverwachte pijnscheut. Wat moest ze als ze er niet in zou slagen om vrij te komen?

Nee. Ze zou op de een of andere manier door de deur heen komen. Wat er ook voor nodig was, ze zou op een dag vrij zijn.

Ze begon nog harder te zagen.

Ze was alleen en het was nu ook helemaal donker.

Ze had er ook geen idee van wat er zich afspeelde in Horizon en de wereld van stervelingen. Wat het Legioen zichzelf ook probeerde wijs te maken, ze wist zeker dat het evenwicht nog steeds niet hersteld was.

Lucifer was vrij.

In haar stommiteit had ze hem bevrijd. Het was niet de eerste keer dat Alexa de boel op die manier in het honderd had laten lopen, maar deze keer spande de kroon. Ze had de duivel vrijgelaten. Hij was de heerser van de duisternis, de morgenster, Satan. Hij had haar bedrogen en zij was als een domme gans in zijn val gelopen.

Die avond in Londen, bij de Victoria Poort in Hyde Park had Alexa met eigen ogen gezien waar Lucifer toe in staat was. Ze had aartsengelen en engelen op de grond zien liggen die in elkaar krompen van pijn terwijl hun ingewanden brandden. Ze herinnerde het zich nog goed, want zij had zijn macht ook gevoeld, terwijl haar gedachten vol duisternis zaten.

Milo had hen allemaal gered door een belangeloze daad; een edele daad. Ze dacht niet dat ze zelf ooit zoiets zou kunnen doen. De pijn die Milo voelde toen hij bij haar wegging was duidelijk in zijn blik af te lezen maar ze zag ook een andere pijn. Hij stond op het punt om met zijn pappie, de duivel mee te gaan.

Alexa wist niet veel van Lucifer af, behalve de dingen die ze had bestudeerd in demonologie 101. Hij was wreed tegen stervelingen en engelen, maar hoe was hij tegen zijn zoons? Zou hij zijn lievelingszoon pijn doen? Ze had Milo’s broers even gezien in een andere realiteit in het vagevuur en daar had ze goed gezien wat voor liefde Lucifer voor zijn kinderen had.

Maar als het vagevuur hem nu eens had veranderd? Wat als zijn haat tegen het Legioen nu eens verder ging dan vaderlijke liefde? Milo was bij het Legioen van engelen gekomen, en dat was juist de organisatie die Lucifer het meeste haatte en verachtte.

Als Lucifer Milo zou doden uit wraakgevoelens, zou dat haar schuld zijn. Nog erger was de gedachte dat ze daar nooit achter zou komen. Misschien zou ze verder de rest van haar leven in dit muffe hol opgesloten zitten en nooit te weten komen wat er met Milo was gebeurd; haar strijder, haar gouden engel.

En dan was er de chaos en verwoesting die na Lucifer zou komen. Alexa wist zeker dat Lucifer niet zomaar vrolijk verder zou gaan alsof er niets aan de hand was en eeuwig zou leven, ver van het Legioen. Ze had de woede in zijn ogen gezien, de boosheid jegens het Legioen vanwege zijn opsluiting in het vagevuur. Hij had gezegd dat hij de engelen voorlopig zou laten leven. En dat betekende dat zijn wraak spoedig volgen zou. Alexa was er zeker van.

Erger nog, Alexa wist niet of Lucifer en zijn leger van gevallen engelen het Legioen al hadden aangevallen. Ze kon er met geen mogelijkheid achter komen wat er gebeurde buiten de muren van haar cel.

Als het Legioen nou eens gevallen was en de rest van de gevangenen voor dood achter werd gelaten in Tartarus om daar verder weg te rotten in de eeuwigheid?

Als Lucifer nog geen wraak had genomen op het Legioen dan zou dat nog komen. Nu er zoveel engelen gedeserteerd waren had het Legioen alle overgebleven zielen nodig om mee te vechten. Maar ze hadden haar in de gevangenis gegooid, en met recht. Als zij er niet was geweest zou Lucifer nog in het vagevuur zitten.

Ze zag nog steeds het gezicht van de aartsengel Sabriëlle voor zich toen ze tegen hen had gelogen over dat zogenaamde beenderzwaard. Als ze nou toch eens naar Milo had geluisterd toen hij haar had geprobeerd te waarschuwen, dan was dit allemaal niet gebeurd.

Alexa sloeg met de steen tegen het scharnier, alsof het Sabriëlles gezicht was. “Ik ben toch zo stom.”

Tandenknarsend hakte ze uit alle macht op het scharnier in en slaagde er in, er een piepklein, nauwelijks zichtbaar deukje in te krijgen. Het was te laat en volkomen nutteloos om in zelfmedelijden te verdrinken. Het kwaad was al geschied. Wat ze nu moest doen was alles weer goedmaken, om haar enorme vergissing recht te zetten.

Alexa had ook haar geheugen weer teruggekregen tijdens haar gevangenschap. Allerlei beelden kwamen haar plotseling voor de geest, als waterfonteinen die visioenen van haar sterfelijk leven tevoorschijn toverden. Ze herinnerde zich een doodgewoon meisje zonder veel vooruitzichten dat een vader had die was weggegaan. En ze had een dronken moeder. In het begin, toen de paniek over haar was gekomen snikte ze het uit, maar toen besefte ze dat dit soort gedrag niets voor een engel was. Toen ze opgehouden was met kotsen begon het huilen. Toen het huilen over was nestelde zich een pijn diep in haar ziel. Een hele erge pijn. Totdat ze huiverend op de vloer stortte.

Het klonk belachelijk, maar ze miste haar moeder. Wat nog belangrijker was, ze was bang dat haar moeder niet goed te eten had en niet voor zichzelf zorgde.

Alexa was al een hele tijd weg. En toen de herinneringen haar gedachten overspoelden kreeg ze een overweldigend verlangen om haar moeder te zien, al was het maar om te kijken of alles goed met haar ging. De sterveling Alexa was tijdens haar leven niet veel bijzonders geweest. Ze was een doodgewoon muisje geweest. Maar in de dood zou ze buitengewoon worden.Nu Hades dood was, was de verbinding met hem ook verbroken en ook haar zielenchanneling. Nadat haar uitbarsting van emoties over was had Alexa gevoeld dat haar bijzondere gave uitgewist was. Het leek alsof ze een huid had afgelegd; zoiets als een oude jas uitdoen en een nieuwe aantrekken.

Ze was geshockeerd opgestaan en had geprobeerd dat vertrouwde licht terug te brengen, het gepulseer in dat stukje van haar ziel. Ze vond het niet meer terug. Ze was kwaad omdat ze het deel van haarzelf dat haar anders had gemaakt, nu kwijt was. Ze was er bijzonder door geweest, sterker dan de andere engelen. In het begin was ze er doodsbang voor geweest maar ze had geleerd met haar gave om te gaan en was hem gaan bewonderen en had er zelfs van genoten. Ze had zich een uniek wezen gevoeld in een gigantische zee van engelen.Maar nu was dat voorbij.

Een deel van haar had ook gedacht dat haar gave de enige manier zou zijn om uit haar cel te komen. Ze was er nog niet helemaal achter, aangezien er verder geen andere zielen waren dan de hare, maar het had haar nog een gevoel gegeven dat er nog hulp te vinden was.

Zonder haar gaven of de hulp van iemand anders had Alexa enkel haar eigen vindingrijkheid om op te vertrouwen. Toen had ze besloten dat de enige uitweg door die deur leidde. Als ze de scharnieren kon weghalen zou ze haar cel kunnen verlaten.Maar hoe zou ze Tartarus af komen? Het was een reusachtige zwevende kubus midden in de ruimte. Je kon er af springen en sterven of een lift krijgen aan de klauwen van de adelaars, maar dat was iets dat ze niet weer hoefde mee te maken.

“Hoe kom ik in vredesnaam van deze kubus af?”

Er klonk een oorverdovend lawaai en Alexa’s hand bleef in de lucht steken.

Het was een hoog, gillend geluid, een geluid van pure opwinding. Niet zoals het geweeklaag waar ze aan gewend was geraakt. Dit was een blij geluid, bijna te blij.

Er viel een hoop stof en gruis over Alexa heen. Ze staarde naar haar celdeur terwijl de grond onder haar voeten trilde.

“Dat is me nog nooit overkomen.”

En net op het moment dat ze door het raampje boven haar celdeur wilde gluren klonk er een oorverdovende knal…en toen werd de deur van zijn scharnieren geblazen.


HOOFDSTUK 2





Alexa werd met een geweldige kracht door haar cel geslingerd. Ze kwam met een klap tegen de muur terecht en gleed naar de vloer terwijl de deur tegen de muur naast haar open sloeg. Haar oren suisden terwijl ze met haar ogen knipperde om iets te kunnen onderscheiden door de lagen stof en puin heen. Het duurde even voordat haar ogen gewend waren aan het abnormaal felle licht dat naar binnen scheen. Waarom was er licht en waar kwam het vandaan?Door de stofwolken heen kon Alexa het schitterende lichtgordijn zien buiten haar cel. Ze knipperde nog een paar keer en haar ogen traanden omdat het licht zo fel was. Ze was helemaal vergeten hoe licht het daar buiten was, hoe prachtig de kleur van de lucht was met de witte donzige wolkjes.

Maar wat was er in ’s hemelsnaam gebeurd?

Heel even dacht Alexa daar over na terwijl ze op de smerige vochtige vloer lag en van de open lucht rondom haar genoot terwijl er een briesje over haar gezicht streek. Tenslotte krabbelde ze overeind met wiebelende benen. Het duurde maar een paar seconden voordat het geluid van laarzen die over de stenen schraapten haar bereikte en toen zag ze een figuur langs haar deuropening komen en in de schittering van het licht verdwijnen.

Is het een overval? dacht ze.

Dichterbij hoorde ze nog meer rennende voetstappen en geschreeuw dat gevolgd werd door het onmiskenbare hoge gekrijs van de adelaars.

Haar lichaam trilde van opwinding terwijl ze over de drempel van haar cel stapte.

Toen Alexa pas in Tartarus was aangekomen hadden de adelaars haar door een deuropening een klein platform op gestuurd. Buiten het platform was niets, alleen een bodemloze zwarte put vlak voor haar neus. Als ze een verkeerde beweging maakte zou ze in de diepte verdwijnen. Er was geen looppad. Geen trap. Er was enkel duisternis tussen de rijen cellen.

Maar nu kon ze een stevig looppad onderscheiden dat zich voor haar uitstrekte. En overal waren engelen.

Er stroomde licht door een groot gat waar de noordelijke muur had gestaan. Het leek alsof Tartarus opengebroken was als een eierschaal. Door het enorme gat kon ze de blauwe lucht en donzige witte wolken zien. Ze werd helemaal blij van die aanblik en moest bijna glimlachen.

Bijna.

Alexa stapte het looppad op en greep de pols van de eerste engel die langs haar rende.

“Wat is er aan de hand? Valt het Legioen ons aan?”

De engel, een slonzig uitziende roodharige bebaarde man van middelbare leeftijd, keek haar met grote ogen aan. “Aanvallen? Ben je wel goed snik? Het Legioen valt ons niet aan…we zijn aan het uitbreken!” Met een verwilderde, waanzinnige uitdrukking op zijn gezicht schreeuwde hij: “Orde van het Eerste! De eerste schepselen! De Eerste zullen opstaan en alle onvolmaakte schepselen doden!” En toen rende hij over het looppad en nam een sprong, waarna hij over de rand verdween.“Wacht! Stop!” schreeuwde Alexa. “Er zit geen grond onder! Je gaat eraan!”

Ze wist dat er niets anders dan lucht was onder de kubus. De grond kwam pas vele mijlen verder. Springen betekende onmiddellijke dood.

“Hij is de dood in gesprongen!” zei Alexa verbijsterd.

Een andere figuur, een vrouwelijke engel met een lange wijde jurk met gouden tressen kwam bij de rand aan en schreeuwde: “De Orde van het Eerste!” Ze sprong met uitgespreide ledematen alsof ze uit een vliegtuig was gesprongen met een parachute.Alexa keek om zich heen. “Ze zijn allemaal gek geworden.”

Terwijl Alexa zich voorzichtig over het looppad voortbewoog in de richting van de noordelijke muur, kwamen er overal engelen hun cellen uit met honderden tegelijk. Ze renden als ratten die uit hun kooien bevrijd waren. Hoe dichter ze er in de buurt kwam, des te duidelijker ze hun vuile, korstige rafelige kleren kon zien die los om hun lichamen hingen. Het leek alsof de stof na lang gebruik gewoon vergaan was, en alleen nog het onsterfelijke engelenlichaam intact hield. Er renden veel naakte lichamen langs haar heen en ze probeerde uit alle macht om er niet naar te kijken.

Toen kreeg ze de reusachtige engelen in het oog. Hun huid straalde alsof ze van binnenuit werden verlicht. Aartsengelen.

Alexa staarde naar twee grote mannelijke aartsengelen. Ze droegen allebei antiek uitziende pantserkleding, zoiets als ze gezien had bij Lucifer. Hun gelaatstrekken waren niet edel en knap zoals die van de andere aartsengelen die ze had leren kennen. Deze waren hard en verweerd maar toch nog een stuk aantrekkelijker dan Metatron. Ze waren zwaar gespierd. Het was duidelijk dat dit krijgers waren.

De grootste van de twee betrapte haar er op dat ze naar hen staarde en keek haar fronsend aan met bleke, waterige ogen en enorme handen die hij tot vuisten balde.

Maanden geleden zou ze bang zijn geweest van zijn boze blik maar nu bleef ze stug staan en staarde naar hem terug totdat de aartsengelen wegliepen.

De aartsengelen en engelen waren daar allemaal omdat ze gezondigd hadden tegen het Legioen en het engelenreglement. Ze wist dat dit waarschijnlijk de ergste, kwaadaardigste engelen waren die zo slecht waren geworden als het maar kon. Ze zag geen belphegor demonen, alleen engelen en de twee aartsengelen. Om de een of andere reden maakte dat, dat ze het nog erger vond.

Wat zouden ze gedaan kunnen hebben om daar terecht te zijn gekomen? En waarom sprongen ze allemaal over de rand in een kennelijke massazelfmoord?Alexa bewoog haar schouders en schudde een stijve spier los, waarna ze het looppad overstak. Bij iedere stap kwam ze dichter bij het grote gat in de muur van Tartarus waar de engelen de dood in waren gesprongen.

Ze uitte verwensingen naar de engelen die tegen haar opbotsten en siste naar hen terwijl ze de gang af renden, het licht en hun dood tegemoet. Dat had ze nog net nodig, dat een van hen haar per ongeluk over de rand zou duwen. Ze was nog niet klaar voor haar ware dood. Ze had eerst nog een aantal dingen op haar programma.

Terwijl Alexa verder liep kon ze de hitte van de zon op haar wangen voelen, die zo anders was dan de vochtige koude celmuren waar ze aan gewend was geraakt.

Er kwamen nog meer engelen langs die riepen: “De Orde van het Eerste.” Ze sprongen allemaal de lucht in en verdwenen over de scherpe kartelrand van Tartarus.Zo ging het maar door totdat alle engelen in Tartarus langs haar waren gerend om een einde te maken aan hun leven.

Dit was misschien precies wat ze wilden. Misschien was het beter voor hen om zelf de dood in te gaan dan de eeuwigheid op Tartarus door te brengen. Als zij er honderd jaar was geweest zou ze misschien net zo hard van de rand af springen.

Behalve een.

Toen ze het looppad af was gelopen stond er een enkele engel aan de rechterkant van de opening. Zijn gezicht had de kleur van olie, en stak scherp af tegen het stralende wit van zijn kleren. Een pijlenkoker was over zijn schouder gebonden en leren polsbanden beschermden zijn onderarmen. Er hing een lang, vervaarlijk uitziend zwaard aan zijn gordel.Maar dat was niet de reden dat ze haar hand uitstak en zich vastgreep aan het gladde zwarte gesteente.

Vijf reusachtige adelaars, zo wit als sneeuw, stonden juist onder de opening, met hun gele ogen glanzend als edelstenen in het zonlicht. Ze waren reusachtig, net zo groot als de adelaarbewakers, maar wit van kleur. Op de een of andere manier leken ze daardoor mystieker, hemelser.

En op de witte vogels zaten een stuk of tien engelen. De grote witte vogels zetten zich af en zweefden westelijk in de richting van de zon, terwijl ze de laatste engelen meenamen. Alexa staarde hen na totdat haar ogen brandden van de zonnestralen.

Haar aandacht werd gevestigd op een hard, hijgend geluid. Ver onder de rand van de opening lag een van de bewakingsadelaars. Er vloeide een donkerbruine vloeistof uit de diepe sneden op zijn rug en zijn nek, die verder uitliep over zijn gouden veren en op het zwarte gesteente. Een van zijn vleugels lag open, waarbij de lange veren zich uitspreidden als vingers die zich uitstrekten naar hulp. Hij had zijn ogen dicht en Alexa kon niet zien of hij nog leefde. “Ik herken jou niet onder onze broeders en zusters,” hoorde ze een diepe, maar volle en aangename stem zeggen. “Je moet nog maar pas in de zwarte doos gearriveerd zijn. Hoe heet je, engel?” De vreemdeling had een bedrieglijke glimlach op zijn gezicht zoals een gladde autoverkoper die iemand een loer probeerde te draaien.

Alexa keek hem behoedzaam aan. Zijn pupillen waren iets vernauwd en hij stond te recht en stram om er ontspannen uit te zien. Zijn uitstraling was eerder gespannen, alsof hij ieder moment een pijl in haar borst zou kunnen schieten voordat zij zich kon bewegen. Ze wist dat hij op haar gewacht had. Niet om haar te helpen, op de rug van een van de adelaars te ontsnappen, maar om er achter te komen wie ze was. Of haar zelfs te doden.

Alexa,” zei ze en lette goed op haar woorden. “Jij hebt dit gat in Tartarus geblazen, niet? Om je vrienden te bevrijden.” En mij. Nog bedankt.

De engel wist zich kennelijk heel even geen houding te geven voordat hij weer zakelijk werd. “Om vrienden te bevrijden die onrechtvaardig gevangen gezet waren,” antwoordde hij, “en misschien wel nieuwe vrienden. We zijn je een heleboel verschuldigd, Alexa Dawson. Ja, ik weet wel wie je bent. Dat weten we allemaal. Jij hebt onze heer bevrijd. Je hebt meegeholpen hem weer bij ons terug te brengen em daar danken we je voor.”

“Dat was eigenlijk helemaal niet de bedoeling,” zei ze en merkte op dat zijn glimlach snel verdween. Het kon haar niets schelen. “Ik was helemaal niet van plan hem te bevrijden. Ik wist niet eens dat hij zich in die ellendige plaats bevond. Ik ging er alleen maar heen om een wapen te zoeken om Hades mee te verslaan.”

“Hades is verslagen door onze heer,” antwoordde de engel. “Zelfs Grotere demonen zoals hij zijn niet tegen onze heer opgewassen.”

“Ja, dat weet ik. Ik was erbij,” zei Alexa, terwijl ze weer wat van die vertrouwde woede voelde terugkomen. “Maar dat wapen was het enige waarvoor ik er heen ging. Ik was niet van plan om Lucifer te bevrijden. Ik zou er niet eens heen zijn gegaan als ik had geweten dat hij daar was.” Ze hield even op en zei toen nog: “Ik zou het ongedaan maken als ik kon. Ik wou dat ik er nooit heen was gegaan.” Alexa zag een flikkering van boosheid over zijn gezicht komen en ze schoof een eindje weg van de rand en van de engel.

“Ik zie al dat je verkeerd voorgelicht was, zoals praktisch elke engel in het Legioen. Daar kun jij natuurlijk niets aan doen, dus zal ik niet al te zwaar opnemen wat je allemaal zei. Het Legioen heeft je verkeerde dingen geleerd over onze heer. Hij is niet het slechte schepsel dat ze je willen doen geloven dat hij is, maar een heer van liefde en devotie, een rechtvaardig heer, de enige ware heer die de engelen moeten dienen.

“Maar als je zo oud bent als ik, herinner je je de waarheid nog. Je herinnert je nog hoe alles was voordat alles veranderde, toen alles nog was zoals het hoort te zijn. Voordat het Legioen de engelen de rug toekeerde en de stervelingen begon voor te trekken. Wij gehoorzamen het Legioen niet, noch zullen we van onze oude gebruiken afvallen.”Alexa’s nekhaar stond overeind en al haar zenuwen waren gespannen.

“Ik heb je verteld hoe ik heet,” zei ze, terwijl ze probeerde de boosheid uit haar stem te houden. “Misschien kun je mij ook beleefd behandelen. Wie ben je?”

“Ik heet Nathaniël.”

“Dat verklaart het dan.”

Nathaniël fronste zijn wenkbrauwen. “Wat verklaart wat dan?”

Alexa voelde een druk van zijn duistere gestaar af komen. “Niets.” Ze wist dat hij een oeroude engel was en dat hij waarschijnlijk de afgevallen engelen leidde, wat zou betekenen dat hij over oude krachten beschikte of oude gevechtstechnieken. In ieder geval was het niet goed.

Er volgde een lange stilte. Alexa kon Nathaniëls blikken over zich heen voelen gaan. Hij beraadslaagde waarschijnlijk bij zichzelf of hij haar nu misschien moest doden en haar over de rand moest gooien.

Het geluid van vleugelslagen maakte dat ze zich omdraaide terwijl er nog een grote witte adelaar op de buitenste gevangenismuur neerstreek. Zijn gouden ogen vestigden zich op Nathaniël en hij wachtte af.

“Je kunt deze rots niet af komen zonder de adelaars,” zei Nathaniël.

Alexa’s blik gleed naar de dode of gewonde adelaar en ze had medelijden met hem. Het enorme schepsel had haar nooit enig kwaad gedaan. Het had alleen maar bevelen opgevolgd als een goed soldaat toen hij haar hierheen gebracht had. Hij verdiende het niet op deze manier te sterven.

“Zelfs als hij blijft leven,” zei Nathaniël, die haar blik zag rusten op het enorme dier, “dan zul je er niets aan hebben. Hij is geprogrammeerd om alle gevangenen in Tartarus te houden. Hij zal je doden als hij je niet in die cellen terug kan zetten. Het is een stom beest. Hij is groot en machtig, maar ook heel dom. Hij praat, maar niet beter dan een kind van vier.”

Alexa kon zich nog prima herinneren dat ze een heel behoorlijk gesprek had gehad met zo’n kind van vier.

“Waar is de andere?”

“Dood,” zei Nathaniël ongeduldig. “Je hebt alleen nog een kans als je met mij mee gaat. Kom. En laat me je ogen openen voor de waarheid, weg van het verdorven Legioen en hun leugenspinsels. Kom met me mee en maak kennis met de anderen. Ik weet zeker dat ze het leuk zullen vinden om de engel te ontmoeten die onze heer bevrijd heeft. Ze willen je waarschijnlijk een heleboel vragen stellen. We zijn allemaal heel geïnteresseerd in je reisje naar het vagevuur.”

Alexa waagde een poging om over de rand te kijken en wenste toen direct dat ze dat maar niet gedaan had. Ze kon nauwelijks een stipje land onderscheiden tussen de wolken door die alles aan het gezicht onttrokken. Ze kon niet eens schatten hoe hoog ze zaten.

Ze trok zich duizelig weer terug. “Ik waag het er maar op met het Legioen. Ze kunnen nu elk moment komen. Ga nou maar.”

“Zoals je wilt,” zei Nathaniël. “Maar als ze je niet meer in hun gevangenis kunnen stoppen, wat denk je dan dat ze met je zullen doen? Met degene die Lucifer vrijgelaten heeft? Denk maar niet dat je dierbare Legioen je in leven zal laten.”

Alexa keek hem korzelig aan. “Ze zouden me niets doen.”

“Dat zouden ze wel en dat zullen ze zeker doen. En je weet best dat het waar is. Ik zie het in je ogen. Ze kunnen je niet laten leven nadat je dit gedaan hebt. Het verbaast me dat ze je nog hier hebben opgesloten. Dat laat zien hoe slap ze zijn geworden en wat de eeuwenlange omgang met de stervelingen met hen gedaan heeft. Maar het doet er niet toe. Het Legioen zit vol met leugens. Als je achter de waarheid wilt komen, ga dan met mij mee en laat me je het een en ander tonen.”

De witte adelaar streek zijn veren glad, klaar om weg te vliegen. Alexa staarde Nathaniël aan. Hij was een en al glimlach, maar ze kon duidelijk zien dat het niet gemeend was. Ze zag het aan zijn ogen en de manier waarop zijn gezicht trilde tijdens het glimlachen, alsof het zijn kaakspieren geweld aan deed. Ze vertrouwde op haar instinct en op dit moment riep alles in haar binnenste dat ze het niet moest doen.

Zoals je al eerder zei,” zei Alexa zo kalm mogelijk, “je moet het me niet kwalijk nemen, maar ik ken je niet eens en jij kent mij ook niet. En op dit moment kan ik me beter niet inlaten met een andere groep. Je hoort bij de Orde van het Eerste, nietwaar? Ik heb er niet eens een idee van wat dat betekent. Ik kan het nu allemaal niet verwerken. Ik heb wat tijd nodig om alles wat beter te plaatsen.” En dat was waar. Ze was er in het geheel niet klaar voor om met een vreemde mee te gaan, een engel uit de oudheid van wie ze al wist dat hij stervelingen en het Legioen verachtte.

“Waar ga je dan heen?” Nathaniël schudde zijn hoofd en zijn zwarte ogen schoten heen en weer.

“Hier kun je niet blijven. Je wilt toch zeker blijven leven? Je moet toch weten dat de dagen van het Legioen voorbij zijn. Waarom zou je vechten voor het team dat gaat verliezen als je aan onze kant kunt staan? Er is nog zoveel dat je niet weet, zoveel dat je kunt leren. Geloof in de orde, dan ga je een mooie toekomst tegemoet.”

Alexa keek weer naar de gewonde adelaar en ze voelde de woede in zich opkomen. “Zoals ik al zei, ik ga maar voor het Legioen.”

Nathaniël keek nog even naar haar en toen floot hij. De enorme witte adelaar zette zich af tegen de stenen muur en sloeg zijn enorme vleugels uit terwijl hij net onder de rand bleef zweven.

Alexa’s haar en kleding wapperden in de sterke rukwinden die de vogel veroorzaakte. Ze keek hoe Nathaniël moeiteloos van de rand af sprong en op de rug van het dier belandde. De grote vogel flapte nog een keer met zijn vleugels, boog naar links over en zeilde in westelijke richting weg van de enorme gevangenis.

Er is plaats voor je in de Orde van het Eerste, Alexa,” riep Nathaniël nog over zijn schouder. “Mocht je je nog bedenken.”

Alexa wist niet hoe lang ze daar stond, terwijl ze Nathaniël nastaarde en hij en zijn adelaar steeds kleiner werden totdat ze niet groter leken dan vliegen die in westelijke richting aan de horizon vlogen.

De adelaars waren het enige vervoermiddel van en naar Tartarus en nu vroeg ze zich af of ze geen vergissing had begaan, nu ze haar enige kans op vervoer zag vervagen als een stipje in de verte.

Het Legioen zou weldra arriveren, en dan? Zouden ze haar geloven? Zouden ze denken dat dit allemaal haar schuld was? Dat zij hier achter zat? Dat zij hier iets mee te maken had? Haar straf was snel en genadeloos geweest. Alexa wist dat, zodra het Legioen zag dat al hun gevangenen de benen hadden genomen, ze hun woede op haar zouden botvieren.

En haar misschien wel zouden doden…

“Daar was moed voor nodig, om de engel Nathaniël te weigeren,” hoorde ze iemand zeggen met een keelgeluid.

Alexa schrok zich een hoedje en viel bijna over de rand. Ze greep een hoek van de linker muur beet om zich overeind te houden en staarde toen in twee grote goudkleurige ogen.

“Je leeft nog!”

De adelaar strekte zijn rechter vleugel uit terwijl hij zijn schouderblad in het rond bewoog alsof hij een stijf gewricht wat soepeler probeerde te maken. “Inderdaad.”

“Je deed alleen maar alsof je dood was?”

“Ik was bezig op krachten te komen,” zei de adelaar terwijl hij zijn rechtervleugel tegen zijn lichaam vouwde.

“Ik ben niet achterlijk. Ik ben bepaald niet in vorm om tegen een andere adelaar te vechten.”Alexa keek naar de hoeveelheid bloed die op het gesteente was gevallen en verbaasde zich over het feit dat het schepsel nog in leven was. “Het was geen moed,” zei ze tenslotte.

De adelaar rekte zijn hals uit en Alexa zag dat er wat bloed rond zijn snavel zat. “Wat was geen moed?”Alexa draaide zich om en keek weer uit naar het westen. “Wat me bewogen heeft om nee tegen Nathaniël te zeggen. Het deed er niet toe wat ik over hem gehoord had. Er was iets raars aan hem, weet je. Ik kreeg de rillingen als hij naar me keek.”

“Ik heb er geen idee van wat je bedoelt.”

Alexa zuchtte. “Ik vond hem doodeng. Op de een of andere manier voelde hij verkeerd aan. En hij glimlachte veel te veel. Je moet nooit iemand vertrouwen die voortdurend glimlacht. Mijn intuïtie zei me dat die vent niet te vertrouwen was.”

“Dan heeft je intuïtie er goed aan gedaan je voor hem te waarschuwen.” De grote vogel strekte zich tot zijn volle lengte uit en sloeg met zijn vleugels, alsof hij ze voor het eerst uitprobeerde. Hij keek Alexa aan.

“Weet je wel wat hier opgesloten heeft gezeten, eeuwenlang?” “Hele slechte engelen, neem ik aan.”

“De ergste van de ergste. Engelen die de verkeerde kant op waren gegaan en elkaars bloed vergoten. Van sommige weet ik niet eens zeker of er nog wel iets van engel in over is. Ze zijn door en door verdorven, verwrongen, geen demonen, maar iets anders, nog veel smeriger. En deze Nathaniël heeft ze allemaal vrijgelaten.”

“Zodat ze mee kunnen werken aan zijn dolle plan.” Alexa beet op haar lip. “Wie waren de twee aartsengelen?”

De adelaar trok zijn oogleden tot kleine spleetjes. “De aartsengelen Barakiël en Sorath. Ooit waren ze luitenanten van Lucifer. Ze hielpen hem bij zijn poging het Legioen omver te werpen. Maar toen Lucifer overmeesterd was en in het vagevuur was gegooid stuurde het Legioen hen hier naar toe.”

“Maar Lucifer wilden ze hier niet hebben,” raadde Alexa, “want die zou het hele boeltje hebben opgeblazen zodra hij hier was gekomen.”

“Precies.”

Alexa moest aan Milo denken en ze werd ontmoedigd. “Wat gaat er nu gebeuren?” Ze vroeg zich af of de adelaar haar zou opsluiten in een van de cellen die niet door de ontploffing was aangetast.

De adelaar hield zijn kop schuin en toen werden zijn veren door elkaar geblazen door de wind, in kleine rimpeltjes als golfjes. “Ik moet het Legioen op de hoogte stellen over de dingen die hier gebeurd zijn. Ze moeten weten dat het de engel Nathaniël was die verantwoordelijk was voor de ontsnappingen. Ik zal naar de Hoge Raad vliegen en met Jeremiël gaan praten. Er zullen luchtaanvallen plaatsvinden. De andere bewakers en ik zullen in Horizon op zoek gaan naar de voortvluchtigen voordat ze de kans krijgen naar de sterfelijke wereld te ontsnappen. Dan kunnen we hen niet helpen.”

Alexa slikte; haar keel werd samengeknepen alsof er handen omheen klemden. “En ik? Wat gaat er met mij gebeuren?” Ze betwijfelde ten zeerste dat ze het schepsel aan zou kunnen in een gevecht. Ook al was hij gewond, hij was reusachtig met een vlijmscherpe snavel en klauwen ter grootte van lange zwaarden.

De adelaar was lange tijd stil. “Wat zou jij willen dat er gebeurde?”

Ik wil dat Lucifer terug in zijn kooi gaat.” De woorden kwamen uit haar mond voordat ze zich in kon houden. Toen ze naar de vogel keek schenen zijn ogen dwars door haar heen te kijken, regelrecht in haar gedachten. Het deed haar even aan Metatron denken.

“Dan zal ik je helpen.”

Alexa’s mond zakte open. Ze kon haar oren niet geloven. “Zou je dat echt willen doen? Dan stop je me dus niet terug in een van die cellen? Waarom zou je zoiets doen? Ik dacht dat je het Legioen moest gehoorzamen? Ik ben een gevangene; ik ben berecht en opgesloten, net als alle anderen.”“Wat mij betreft is de gevangenis er niet meer. Ik ben een bewaker van Tartarus, geen minister van de raad. Met zulke zaken houd ik me niet op.” Zijn goudkleurige ogen glansden. “Ik weet wat je gedaan hebt, maar ik kan ook zien dat je er spijt van hebt. Ik ben het Legioen trouw. Je weigering om met Nathaniël en de anderen mee te gaan was bewijs genoeg voor me dat je het Legioen nog steeds trouw bent. Maar zonder gevangenis zie ik niet in waarom je hier zou moeten blijven.” “Je was waarschijnlijk de uitblinker van je klas,” glimlachte Alexa.

De adelaar grinnikte en er ontstak een vonk van inspiratie in Alexa’s binnenste.

“Ik zal je terugbrengen naar het Legioen. De zesde verdieping is het beste,” zei hij. “Daar val je niet zo gauw op. Daarna moet je het verder zelf uitzoeken, engel.”

Alexa trok een stalen gezicht ofschoon haar binnenste danste van vreugde.

De adelaar hees zich op de rand van de muur en drukte zich naast de opening, zo dicht bij haar dat zijn veren langs haar benen streken.

“Neem me niet kwalijk; hoe moet ik je noemen?” vroeg Alexa, beseffend dat ze hem naar behoren wilde bedanken.

Het klonk alleen niet zo goed als ze de naam van het schepsel niet wist.

“Albatros,” zei de adelaar trots, en Alexa kon de vereerde glimlach in zijn stem bespeuren.

“Albatros,” fluisterde Alexa, terwijl haar opwinding ten top steeg.En met een grijns van uitbundige vreugde sprong ze over de rand.


HOOFDSTUK 3





Je kunt op een heleboel manieren naar de verschillende etages komen, maar jij kent er maar een. Met de liften,” had Albatros tegen haar gezegd, vlak voordat hij op het platform van de zesde etage geland was. Het kleine platform was omgeven met wolken, waar een enkele lift tussen hing. “We moeten er bij kunnen, net zoals jullie. Maar niet door middel van liften. Daar zouden we niet in passen.”

Alexa had nooit geweten dat er een achterdeur naar de verschillende etages van Horizon bestond. Ze had altijd gedacht dat ze alleen via de liften op de etages kon komen.

Nadat Alexa afscheid had genomen van de adelaar en hem hartelijk had bedankt, klom ze van zijn rug af en stapte de lift in, die al voor haar klaarstond. Ze zag nog net in een flits de gouden vleugels tegen de blauwe lucht flapperen voordat de liftdeuren dicht sloegen.

Het duurde even voordat ze in de gaten kreeg dat er iets niet klopte.

De lift zag er precies zo uit als altijd; met luxe, met de hand uitgesneden kersenhouten panelen, een koperen bedieningspaneel aan haar linkerkant en alle zeven knoppen voor de zeven verdiepingen. Het rook er zelfs nog steeds naar mottenballen. Alles leek volkomen in orde, en toch ontbrak er nog iets…

Er was geen liftbediende.

Alexa draaide zich rond haar as, half verwachtend dat er een liftbediende achter haar stond. De liftbedienden waren vervelende mormeltjes, en het zou haar in het geheel niet verbaasd hebben als er een het juiste moment had afgewacht om haar dwars te zitten.

Maar er waren alleen maar muren en lucht en zijzelf. Ze was helemaal alleen.

Alexa was nog nooit in een Horizonlift geweest zonder het gezelschap van een arrogante primaat. Zij bedienden de liften, maar zorgden er ook voor dat enkel de juiste soort engel of bovennatuurlijk wezen de lift in ging.

Het kwam nu bij Alexa op dat de ontsnappingen uit Tartarus die ze had meegemaakt iets te maken hadden met de verdwijning van de liftbediende.

Alexa staarde naar het bedieningspaneel en haar blik ging van nummer zeven naar nummer een. Ze kon niet teruggaan naar de Demonen Uitroeiings Afdeling op de vijfde verdieping, tenzij ze graag gearresteerd wilde worden door Ariël of een van de engelen.

Had Nathaniël gelijk gehad? Zouden ze haar doden, nu er geen engelgevangenis meer was?

Het nieuws van de ontsnapping was waarschijnlijk als een lopend vuiurtje rondgegaan. Waarom was de lift anders leeg? Of had dat er niets mee te maken en was de verdwijning van de liftbedienden door iets heel anders veroorzaakt?

Ze had nu geen tijd om daar bij stil te staan. Ze moest snel handelen. Waar moest ze heen?

Overal in het Legioen loerde het gevaar. Ze was een voortvluchtige. Een ontsnapte. Behalve Lance en Milo had ze geen enkele vriend in het Legioen. Meneer Patterson, het orakel, had haar een paar keer geholpen, maar zou hij dat nog willen doen, na alles wat ze gedaan had?

Alexa dacht razendsnel na terwijl ze op een koperen knop drukte. De knop met nummer een lichtte op en de lift begon met een schok aan de afdaling.

Alexa stond onzeker achter de deuren met ingehouden adem. Ze vroeg zich af wat er zou gebeuren als de deuren open zwaaiden. Zou er een leger engelen op haar staan te wachten? Zouden ze haar elimineren om nog meer ongelukken te voorkomen? Elke keer wanneer de volgende knop opflitste, om aan te geven op welke verdieping de lift zich bevond brak het koude zweet haar uit.

Alexa was bijna in tranen uitgebarsten toen ze haar veroordeling had uitgezeten. Ze was nog nooit zo vernederd geweest. Al die aartsengelen dachten verschrikkelijke dingen van haar. Alle engelen ook. Nu was er niets waar ze verder nog mee vernederd kon worden. Ze was al op haar laagste punt gekomen. Er was nog maar een richting die ze op kon gaan en dat was omhoog. Ze moest en ze zou het goedmaken. Tijdens de afdaling in de lift kwam er een golf van misselijkheid over haar. Haar gedachten waren zo verward dat ze er niet meer op kon vertrouwen.

Ze drukte haar hand tegen de wand om overeind te blijven en vocht tegen de duizeligheid. Ze haalde diep adem om kalm te worden. Het hielp niet. Ze ging met gebalde vuisten in een vechthouding staan, maar het hielp niet tegen het beven.

“Jullie krijgen me niet,” fluisterde ze, klappertandend.

Toen ze dacht dat ze zou flauwvallen van duizeligheid lichtte het nummer een op, gevolgd door een zacht ting en toen gingen de deuren suizend open.

Met een kreet gooide Alexa zich naar voren, en belandde in een lege kamer.

De muren van Oriëntatie weerkaatsten Alexa’s kreet.

Daar stond ze, met haar vuisten nog gebald terwijl haar stem wegstierf en er niets anders te horen was dan het sluiten van de liftdeuren achter haar.

Oriëntatie; de plek waar alle nieuwe engelen uit de hele wereld bij elkaar werden gebracht om ingedeeld te worden. De gigantische kamer was zo groot als tien voetbalvelden bij elkaar. Ze had het indertijd intimiderend gevonden om tussen zoveel mensen te lopen. Nu was het er volkomen verlaten.

Geen chaotisch lawaai van duizenden stemmen die allemaal tegelijk iets zeiden, geen blije begroetingen van de pas-overledenen, of ontevreden gekreun van degenen die nog niet konden begrijpen dat ze dood waren. Het leek alsof ze in een spookstadje terecht was gekomen waar de overblijfselen van mensen nog in de lucht hingen. Je kon voelen dat er ooit mensen geweest waren.Alexa’s zenuwen gierden door haar lichaam. Wat was er in ’s hemelsnaam aan de hand hier? Waar waren alle engelen? De orakels?

Hallo?” waagde ze te roepen en wachtte tot de echo van haar stem ophield. Maar de stilte die daar op volgde was griezelig en onnatuurlijk zodat haar nekhaar recht overeind ging staan. Heel even had ze het gevoel dat ze weer in haar cel was en er ging een beving van angst door haar heen. Maar ze wilde niet in paniek raken.

Ze stond zichzelf toe om alleen opluchting te voelen bij het ruiken van de vertrouwde vochtige lucht en de geur van de oceaan. De baden waren er ook nog.

Haar laarzen weerklonken galmend op de harde vloer toen Alexa op de kantoorgebouwen af liep die in het midden van de kamer genesteld waren als overblijfselen van een dorpje op een onbewoond eiland. Nu de kamer helemaal leeg was kon ze de gebouwen duidelijker zien; achteloos bijeen gepakte gebouwen in een te kleine ruimte. Door de ramen zag ze de beige muren en tapijten en de vele deuren die toegang gaven tot een heleboel kantoortjes. Ze had altijd het gevoel gehad dat ze een bankgebouw binnen liep.

Tenslotte kwam Alexa bij de deur aan waar een olifant nog wel doorheen zou kunnen met de fel verlichte neonletters: Orakel Afdeling #998-4321, Oriëntatie.

Op van de zenuwen greep ze de deurknop, draaide hem om en drong naar binnen.

Heel even tuurde ze in paniek naar de honderden papieren die overal verspreid op de vloer en de bureaubladen lagen. De archiefkasten die helemaal tot aan het plafond reikten zagen er nog net zo uit als ze zich herinnerde, nog net zo rommelig, alsof er een papierbom in was afgegaan.

“Hallo? Jim? Meneer Patterson?” waagde ze te roepen en stapte over de drempel. “Is daar iemand? Hallo?”

Het was er rustig, veel te rustig. Het enige geluid dat ze hoorde was het gekraak van papier onder haar voeten. Ze kon ze in gedachten zien; de kleine oude mannetjes die zich in evenwicht hielden op de kristallen bollen, net als circusartiesten, met hun zilveren gewaden en lange witte baarden achter zich aan flapperend.

Ze duwde de eerste deur aan de rechterkant open en zag niets anders dan een leeg bureau waar papieren op lagen. Geen orakel. Ze rende naar het volgende kamertje en duwde de deur met haar schouder open. Er waren hoge stapels papier die vervaarlijk heen en weer wiebelden, maar geen orakel.

Bij elke poging kreeg ze hetzelfde resultaat. De orakels waren verdwenen. Toen ze uiteindelijk bij het kantoortje van meneer Patterson aankwam hoorde ze een kreet uit haar keel komen terwijl ze er naar binnen drong.

Zijn halvemaanvormige, mahoniehouten bureau was leeg, op een enkel papier na. Toen ze de kamer in kwam werd ze getroost door de aanblik van het zoutwaterbad dat op een verhoging was aangebracht. Daar kon ze tenminste nog mee naar de wereld van de stervelingen. Maar waar moest ze dan heen? Waar moest ze beginnen? Hoe kon ze Milo vinden als ze niet eens wist waar hij was? Misschien was hij niet eens in de wereld van stervelingen. Toen ze hem voor het laatst had gezien was hij verdwenen in een portaal van zwarte mist dat naar een andere dimensie leidde. Milo kon overal zijn.Ze was alleen, helemaal alleen. Toen ze nog in haar cel zat kon ze zichzelf tenminste nog wijsmaken dat ze haar vrienden weer zou vinden als ze er eenmaal uit was. Iemand zou met haar mee kunnen gaan op haar tocht. Ze had zich vergist. Oriëntatie was verlaten. Ze voelde haar ogen prikken maar ze wilde niet gaan huilen.

Alexa ijsbeerde heen en weer door de kamer met duizenden vragen in haar hoofd. Flarden van beelden raasden door elkaar heen; Lucifer die uit het vagevuur ontsnapt was, engelen en aartsengelen die op de grond lagen te kronkelen, de ontsnapping van Tartarus, de kus die Milo haar had gegeven…

Alexa ging op de rand van het bureau zitten en liet haar hoofd zakken. “Ik kan het niet…”

“Tja, met zo’n houding zul je er inderdaad niets van bakken.”

Alexa schrok zich een hoedje en gleed van het bureau af, waarna ze met een bonk op de grond belandde. Ze draaide zich om en keek op in de snuit van een witte hond met lang haar.

“Lance?”

“Ken je dan nog meer witte, gevaarlijke, duivels knappe honden in het Legioen?”

De Verkenner dribbelde de kamer binnen, kwispelend met zijn staart. “Zeg alsjeblieft dat dit niet het geval is.”

Alexa stond op en streek het haar uit haar ogen. “Wat doe jij hier?”

“Ik was naar jou op zoek,” zei de hond. “Toen ik over de ontsnappingen hoorde ben ik regelrecht hierheen gekomen.

Iedereen denkt dat je er met Nathaniël vandoor bent gegaan maar ik wist dat je dat niet had gedaan. Ik had zo’n idee dat je je orakelvriend zou gaan zoeken. Slimme meid; dat je iedereen liet denken dat je ergens anders heen was zodat je hier heen kon gaan en vlak voor hun neus je plan kon uitwerken. Dat is precies wat ik gedaan zou hebben. Ik heb de hele weg hierheeen geneuried.”Alexa voelde zich nog gedeprimeerder dan eerst. ‘Bedoel je met iedereen…iedereen zoals Ariël en Metatron en alle anderen…de rest van het Legioen?” Lance ging erbij zitten. “Nou, ik weet niet precies hoe het allemaal zit, maar het is wel duidelijk dat ze denken dat je met Nathaniël en de ontsnapte gevangenen mee bent gegaan. Ik herinner me dat Ariël het nog voor je opnam, en zei dat je waarschijnlijk gedwongen werd, dat hij je gedood zou hebben als je niet met hem mee was gegaan.”

“Maar dat heeft hij niet gedaan.”

“Dat zie ik.”

Alexa leunde op het bureau. Ze was zo blij haar vriend terug te zien en ze wilde hem graag omhelzen. Maar ze voelde opeens een verschrikkelijke angst in haar gedachten komen die haar hoofd zwaar maakte, alsof ze nooit meer gelukkig zou worden.“Lance! Wat is er gebeurd? Waar zijn de engelen? De orakels? Ik ben er met de lift heen gegaan en er was niemand meer. Ook geen liftbediende. Dat is nooit eerder gebeurd en ik heb toch al heel wat tochtjes met de lift gemaakt.”

“Tja, er is hier heel wat veranderd sinds jij …eh… vertrokken bent,” zei Lance behoedzaam.

“Zoals wat?”

“Ten eerste,” zei de hond, “ging Metatron helemaal over de rooie nadat Lucifer op het toneel was verschenen. Om nog maar niet te spreken van het verraad van Sabriëlle. Hij raapte een leger van engelen bij elkaar en arresteerde iedere engel die hij ervan verdacht, iets te maken te hebben met de Orde van het Eerste. Die werden in Tartarus gegooid, net zoals jij, maar zelfs zonder verhoord te zijn. Ik weet zeker dat er onschuldige engelen bij betrokken zijn geraakt.”

“Daar is nu niets meer aan te doen.” Alexa moest er aan denken hoe overredend Nathaniël kon zijn. “Nathaniël zal de engelen die onschuldig gevangen gezet werden zonder moeite tot zijn gevolg kunnen rekenen nadat ze zo onheus zijn behandeld. Maar wat ernstiger is, is dat hij al zijn kornuiten van pasjes heeft voorzien om zonder meer de gevangenis uit te komen.”“Ja,” zei Lance, met overslaande stem van woede of angst, “allemaal nieuwe rekruten voor zijn leger. Het Legioen vermoedt dat het er wel tienduizend zijn.”

“Tienduizend?” zei Alexa ongelovig. “Maar dat is zo veel.”

“Het wordt nog mooier,” zei de Verkenner. “Nadat onze vriend Hades vernietigd was en de Hellepoorten dicht waren gegaan begon de Sluier zichzelf te herstellen, en toen hield het op.”

“Het hield op?”

“Ja, echt waar,” zei de hond. “Het betekent dat de beschermende laag, de onzichtbare huid die het bovennatuurlijke tegenhoudt, vreselijk dun is en zwak. De Sluier is ziek. Te ziek om zichzelf te kunnen herstellen. Er is iets raars dat er in bezig is, maar niemand weet wat dat is. Hij is besmet met een duisternis die niets te maken heeft met Hellepoorten.”Alexa kneep haar lippen samen. “Lucifer.”

“Precies. Het lijkt er op dat hij de Sluier met een virus besmet heeeft. Ik weet niet wanneer het zal gebeuren, maar hij zal na verloop van tijd uiteen vallen.”

Alexa leunde ongemakkelijk op haar andere voet. “Kan de sterfelijke wereld zonder de Sluier overleven?” “Stel je maar eens voor,” zei Lance. “Niet alleen zal iedere sterveling de bovennatuurlijke wereld nu zien, de demonen, duivels, plaaggeesten en dergelijke, maar alle demonen uit de Onderwereld zullen in staat zijn om de sterfelijke wereld binnen te komen. Ze hoeven niet meer te wachten tot er een opening of een scheur in de Sluier ontstaat, want er zal niets meer zijn dat hen kan tegenhouden. Het zal net zo zijn als wanneer de poorten van de Onderwereld open staan. Als dat eenmaal gebeurt zal het niet veel meer uitmaken hoeveel engelen er zijn om tegen hen te vechten. Dan zal het te laat zijn. Dan zijn de mensen en hun zielen een gemakkelijke prooi. De demonen zullen niet rusten totdat er niets meer in de wereld leeft. Totdat ze de allerlaatste menselijke ziel hebben verslonden.”Alexa voelde weer een duizeling opkomen en hield zich aan de rand van het bureau vast todat hij voorbij was. “En de Grotere demonen die uit de Hellepoorten zijn ontsnapt?”

Lance knipperde met zijn ogen. “In de rapporten die ik heb gezien staat dat Lucifer elke godheid, godin of demon heeft gedood die zich niet aan hem wilde onderwerpen. Wat betekent dat hij de macht heeft over de Onderwereld en de Orde van het Eerste.”

“Hij heeft demonen en engelen tegen het Legioen opgezet,” zei Alexa, “en dat is een enorm leger, niet?”

“Honderd tegen een heb ik de aartsengelen horen zeggen,” antwoordde de hond. “Een ongelijke strijd…” Lance zei niets meer, alsof hij alles nog erger zou maken door de woorden die hij uitsprak en besloot verder zijn mond maar te houden.

De herinnering aan de engelen en demonen die op de grond hadden liggen kronkelen en overgeleverd waren aan Lucifers macht deed een koude rilling over Alexa’s ruggegraat gaan. “Maar daarmee is het nog niet duidelijk waar iedereen gebleven is.”

“Terwijl Nathaniël bezig was je te bevrijden uit Tartarus…”

“Hij heeft me niet bevrijd.”

“…kreeg het Legioen bericht dat de Orde van het Eerste een aanval op hen aan het voorbereiden was. Om precies te zijn, Oriëntatie.”

“Waarom zou de orde Oriëntatie willen aanvallen?”

“Er werd gezegd dat ze geen nieuwe engelen meer wilden opleiden,” voegde Lance er snel aan toe.

En wat is er beter dan ons dwars te zitten, het wiel stil te zetten, dan het eerste niveau te vernietigen en duizenden onschuldige engelen en orakels te doden. Oriëntatie is het begin van alles. Als je dat weghaalt houdt het wiel op met draaien. De etages een en drie zijn de meest kwetsbare zonder veel bescherming en met allemaal kersverse engelen. De Hoge Raad heeft besloten om iedereen naar de tweede en de vijfde te verhuizen. En deze te sluiten.”“Te sluiten?” riep Alexa uit. “Maar is dat niet precies wat Lucifer en zijn trawanten willen? Het Legioen tegenhouden? Te breken?”

Lance liet zijn kop hangen en zijn ogen waren vochtig. “Ja. Maar we kunnen al die engelen en alle andere schepsels die voor het Legioen werken niet in gevaar brengen. Het is er niet veilig voor hen.” Hij stopte even. “Het is er voor niemand veilig. Ze sluiten het totdat ze weten wat ze moeten doen.”

“En dat is?”

Lance hield zijn bek stevig dicht en haalde zijn schouders op. “Geen idee.”

Alexa schudde haar hoofd en keek door de open deur naar de stapels papier die overal in de gang verspreid lagen. “Dus wie beschermt de stervelingen dan als het Legioen er niet meer is om hen te beschermen?”

“Wij misschien?” zei Lance voorzichtig en kwispelde licht met zijn staart.

Alexa glimlachte zwakjes naar hem. “Dan vrees ik het ergste voor de stervelingen.” Ze voelde een hevige pijn in haar binnenste alsof haar ribben instortten. Ze beefde onophoudelijk.

“Jij kunt er niets aan doen,” zei Lance zachtjes, maar Alexa vertikte het om hem aan te kijken. Ze wist dat ze zich niet meer in zou kunnen houden als ze dat deed.

“Haar lippen trilden. “Jawel. Het is allemaal mijn schuld. Ik heb hem vrijgelaten.”

“Niet expres. Hij heeft je erin geluisd. Sabriëlle heeft je bedrogen. Dat kun je jezelf niet verwijten.”

“Wel waar.” Alexa sprong van het bureau af en wreef in haar ogen. “Als sterveling werd ik al achtervolgd door allerlei narigheid en nu als engel gebeurt het weer.” Ze draaide zich om en keek naar Lance. “Alles wat ik gedaan heb of aangeraakt heb verandert in een puinhoop. Sinds ik een engel ben geworden heb ik alleen maar rampen veroorzaakt. Heb je dat niet opgemerkt? Ik dacht dat ik iets bijzonders was met mijn zielenchanneling. Ik dacht dat ik nu echt iets voor de wereld kon betekenen met die gave. Maar nu besef ik dat deze gave, wat het ook was, nooit bedoeld is geweest om iets goeds mee te doen. Het was kwaad. Ik heb hem gebruikt om het machtigste, kwaadaardigste wezen mee los te laten dat er bestaat.”

“Alexa,” begon Lance, “zulke dingen moet je niet zeggen.”

“Het geeft niet,” zei ze, met schorre stem en prikkende ogen. Het schuldgevoel drukte zwaar op haar schouders. Haar gezicht brandde van schaamte onder haar onverschillige masker. Ze had spijt gevoeld die nacht toen Lucifer verscheen in plaats van Markus, de jongen. Spijt en schaamte omdat ze toegegeven had aan haar blinde opstandigheid en haar ongehoorzame gedrag jegens het Legioen.

De gevolgen van haar daden waren rampzalig. Zonder het Legioen om de stervelingen te beschermen…


Continue reading this ebook at Smashwords.
Purchase this book or download sample versions for your ebook reader.
(Pages 1-34 show above.)